|

L.S.
Het nieuwe jaar is intussen (al met enkele weken) aangetreden en naar
eeuwenoude traditie
(en met wat vertraging) wensen wij u, voor het geval u niet op onze
Kerstdrink was, nogmaals graag
het allerbeste voor 2010: een goede gezondheid, veel werk en plezier, en
natuurlijk veel
erfgoedgenot, te beginnen met een bezoek aan onze unieke brouwerijsite, het
Mout- & Brouwhuis
de Snoek.
|

Fig. 01 - Liselotte
in de museumherberg bij het Mout- & Brouwhuis de Snoek.
|
2010 wordt door
omstandigheden een cruciaal jaar voor het Mout- & Brouwhuis de Snoek. Na
vijf jaar verlaat Liselotte Vangampelaere de museumherberg ’t
Brouwershof bij het Mout- & Brouwhuis de Snoek. Liselotte trad in 2005
in het zog van Nicole (Feys) die vanaf de opening in 1994 het gezicht
van De Snoek was. Pas afgestudeerd als maatschappelijk assistente durfde
Liselotte de uitdaging aan te gaan om als zelfstandige aan het werk te
gaan. Zelf hebben wij haar altijd als een toonbeeld van jonge
ondernemingskracht beschouwd. Voor de vijf jaar waarbij Liselotte het
beste van zichzelf heeft gegeven door niet in het minst ook de
dagelijkse toegankelijkheid van het Mout- & Brouwhuis de Snoek te
verzorgen, zijn alle bestuurleden van de vzw Westhoek-Monumenten en de
Gilde van Sint-Arnoldus haar zeer erkentelijk. Zonder Liselotte had het
Mout- & Brouwhuis de Snoek, dat bij gebrek aan overheidssteun over geen
personeel beschikt, maar occasioneel zijn deuren kunnen openzetten. |
Daarnaast heeft Liselotte ook in belangrijke mate bijdragen tot de
leefkwaliteit van de lokale
samenleving. Ontelbaar zijn de plattelandsdorpen die over geen dorpsherberg
meer beschikken.
Onze betrachting destijds om een museumherberg in te richten die ook door de
lokale bevolking
zou gefrequenteerd worden, heeft zij meer dan verzilverd. Jong en oud vond
en vindt door haar
de weg naar het kleine gehucht Fortem voor een gezellige babbel bij een
lekkere knabbel.
Op 31 maart a.s. verlaat Liselotte echter het Mout- & Brouwhuis de Snoek om
elders haar diploma
van maatschappelijk assistente te verzilveren. Vol begrip voor deze keuze,
die gezien haar
opleiding in de lijn der verwachtingen lag, houden wij eraan Liselotte van
harte te danken en
wensen wij haar alvast zeer veel succes in haar nieuwe job en haar verdere
carrière.
Dit afscheid stelt het Mout- & Brouwhuis de Snoek voor zeer grote problemen.
Als op korte termijn
geen nieuwe uitbater wordt gevonden voor de museumherberg van het Mout- &
Brouwhuis
de Snoek die ook de permanentie van het museum verzekert, dan dreigt dit
unieke
museum-van-de-dorst bij gebrek aan bezoldigd personeel en werkingssubsidies
zijn deuren te
moeten sluiten. Omdat dit rampscenario voor zo’n uniek
industrieelarcheologisch open-monument
zou moeten kunnen vermeden worden, vragen wij u, als u iemand kent die op
zelfstandige basis
deze museumsite wil exploiteren, die perso(o)n(en) met ons (Nicole Feys: 058
28 96 74 of 0496 100 708
of Frank Becuwe: 0478 43 15 89) in contact te brengen.
Voor deze inspanning zijn wij u alvast zeer erkentelijk.
(Wordt vervolgd).
[ F.B. ]
|
Het Mout- & Brouwhuis de Snoek zoekt
een nieuwe uitbater
voor de museumherberg en het museum
Interesse?
Neem dan vrijblijvend contact met
Nicole Feys: 058 28 96 74
0496 100 708
infomuseum@desnoek.be
Frank Becuwe: 0478 43 15 89
Frank.becuwe@mino.be
|

Een terugblik…
Causerie 'Soldatenbier en -vertier tijdens de Eerste Wereldoorlog' op
16 oktober 2009
Op deze causerie nam Frank Becuwe u mee naar de Westhoek tijdens de Eerste
Wereldoorlog.
Van achter dampende roerkuipen wijdde hij de veertigtal aanwezigen (waarvoor
onze dank!) in in de
kunst van het brouwen van oorlogsbieren. Dat ze, ofschoon niet altijd van de
beste kwaliteit, toch gretig
gedronken werden door de duizenden soldaten die in de Westhoek verbleven,
staafde hij zowel met
getuigenissen als met objectief cijfermateriaal. Dat dit soms tot
baldadigheden leidde, belette de
legerleiding niet om nu en dan ‘orders in flessen’ te geven. Wie er toen
niet bij was of zich in dit aspect
van de oorlog verder wil verdiepen, kan dit en nog zoveel meer over de
‘troost van slecht bier’ nalezen
in het boek ‘Bier aan het IJzerfront’ dat in het Mout- & Brouwhuis de Snoek
alsook bij de uitgeverij
De Klaproos voor 17,95 euro te koop is.

Fig. 02 – Bier
aan het Ijzerfront.
Kerstdrink in de Snoek
op 19 december 2009
|

Fig. 03/04/05 – Op de kerstdrink in het Mout- & Brouwhuis de Snoek.
|
Ondanks de
sneeuw en vrieskou was de tweede Kerstdrink opnieuw een prettig,
smakelijk en dorstlessend weerziens van veel sympathisanten van ons
Mout- & Brouwhuis de Snoek. De door Bernard, René & Thérèse en Chris
deskundig bejubelde kerstbieren waren daar geenszins vreemd aan. Ook de
zoetige lekkernijen, zoals de vermaarde Fortemse Lukken van Isabelle en
Nicole en de dito Fortemse Broodpudding van Catherine, werden als
culinair erfgoed uit de Westhoek eens te meer gesmaakt. De muzikale
omlijsting door René overgoot het geheel met gelukzalige Kerstmelodie.
|
Een blik vooruit….
2010 staat in het
Mout- & Brouwhuis de Snoek in het teken van de hop: Hop, het groene
goud van
de brouwer. Centrale gast wordt Guido Vandermarliere, die zich sinds
jaren inzet voor het behoud
van het hoperfgoed in Vlaanderen en zich daartoe met een ongekende
gedrevenheid verdiept
in de geschiedenis van de Vlaamse hopcultuur. Voor al wie in de Vlaamse
biercultuur geïnteresseerd is,
wordt het zeker een boeiend jaar. Om geen activiteiten te missen, blokkeer
misschien nu al in uw agenda
volgende data:
·
Zondag
28 maart 2010 om 13.00 u – jaarlijkse souper
in het Labyrint in
Kemmel
·
Zaterdag 6 juni 2010 – bezoek aan de Poperingse hopstreek
o.l.v. Guido Vandermarliere.
·
Zondag
22 augustus om 11.00 u – jaarlijks Feest van Sint-Arnold
in het Mout-
& Brouwhuis de Snoek
in Alveringem (met o.m. Bierattributenmarkt – voorstelling monografie
van
Chris Vandewalle over de
brouwerijen Dehaene in de Westhoek (een absolute aanrader!!!) –
barbecue….)
·
Zaterdag 18 september 2010 – jaarlijkse daguitstap
o.l.v. Godfried
Vandenberghe.
·
Vrijdag 15 oktober 2010 om 20.00 u – voordracht door Guido Vandermarliere
over Hop in de Westhoek
in de bibliotheek van Alveringem.
Over de
tentoonstellingen in het Mout- & Brouwhuis de Snoek en andere activiteiten
zoals de Kerstdrink
volgt meer informatie in het volgende nummer van de Brouwbulleting v/d
Snoek.
[F.B. ]
Bij onze ‘buren’ kunnen we de volgende activiteiten aanbevelen:
zaterdag 6
maart 2010 - Openbrouwdag
Vanaf 6h30
's morgens en tot 17h00 nodigt de brouwerij Cantillon u uit om de
verschillende productiefases
in het ontstaan van lambik en geuze ‘van voor de oorlog’ mee te beleven.
Programma:
·
van 6h30
tot 9h brouwproces;
·
van 9h tot
13h filtratie en hoptoevoeging;
·
van 12h tot
15h koken;
·
om 15h30
pompen van het wort op de koelbak;
·
doorlopend
van 6h30 tot 12h reinigen van vaten zoals vroeger;
·
doorlopend
vanaf 7h geleid bezoek om het half uur.
Inkom,
gidsing en degustatie naar keuze: 6 EUR pp. Wie voor 8h30 komt, krijgt
koffie en warme croissants
bovenop. Brusselse folklore en zwanze zijn gegarandeerd!
Organisatie: Brussels Museum van de Geuze (brouwerij Cantillon)
Waar: Gheudestraat 56 te 1070 Brussel (Anderlecht), link naar:
liggingsplan
Contact: T 02 521 49 28 | F 02 520 28 91 | E
info@cantillon.be
| S www.cantillon.be
donderdag
18 november 2010: BAB-babbels met ex-BAB’ers
Organisatie: ’t Hamerken vzw
Waar:
Estaminet ’t Hamerken, Walplein 26 te 8000 Brugge
Contact:
E via website
www.thamerken.be | M 0475 39 28 10 (Paul Vanneste)
dinsdag 1
november 2011: Antwerpen Bierstad: Acht Eeuwen Biercultuur
boekvoorstelling
Waar:
Boekenbeurs, Antwerpen
Contact:
via volgende linken kunt u al enige informatie bekomen:
http://users.skynet.be/antwerpiensia/
en
http://users.skynet.be/antwerpiensia/Antwerpen%20Bierstadindex.pdf
|
De
doelstellingen van onze vereniging met betrekking tot het brouwcultureel
erfgoed voor ogen, kunnen wij u met onze digitale Brouwbulletin een gratis extra platform bezorgen voor de
bekendmaking van uw organisaties die te maken hebben met bier in onze cultuur. Dit houdt in dat wij helaas geen
bierproeverijen* enz kunnen opnemen, maar des te meer geïnteresseerd zijn in uw tentoonstellingen, publicaties,
culturele bieruitstappen,... Met informatie over of reacties op bierculturele activiteiten kunt u
terecht bij
rikvernack@yahoo.com.
* Hiervoor verwijzen wij u graag naar andere informatiebronnen zoals
zythos.be, de nieuwsbrief van William Roelens,... |
|
N.B. De
redactie van Het
Brouwbulletin v.d. Snoek is niet verantwoordelijk voor eventuele fouten in
de agenda van
de ‘buren’. Vooraleer u zich naar een activiteit begeeft, is het altijd
beter de organisatie vooraf te contacteren.
|
[R.V. ]

Belgian Family Brewers
Misschien is het u al opgevallen dat een nieuw logo
op sommige bieretiketten staat. Naast het logo van
trappistenbier en abdijbier hebben we nu het “Belgian Family Brewers” logo
erbij. Momenteel behoren
dertien Belgische brouwerijen tot de vereniging.
|

Fig. 06 – Logo van de Belgian Family Brewers.
|
Wat garandeert het logo op het etiket voor de
consument? Het is een authentiek bier niet vinden onder een andere naam
of met een ander etiket, gebrouwen door een Belgische onafhankelijke
familiale brouwerij met een ononderbroken brouwervaring van minstens 50
jaar.
Deze brouwers willen komaf maken met de bieren
in het buitenland gebrouwen en de naam krijgen “Belgian Style”. Hiermee
duiden ze authenticiteit en de herkomst van hun bier aan.
Voorlopig zijn 6 West-Vlaamse brouwerijen
hierbij aangesloten met name Bavik - Bavikhove, De Halve maan - Brugge,
Sint-Bernard en Van Eecke - Watou, VanHonsebrouck - Ingelmunster en
Verhaeghe - Vichte.
|
Voor meer info:
www.belgianfamilybrewers.be of het boek
Belgian Family Brewers van Jef
Van den
Steen met recepten van Stefaan Coutteneye, uitgegeven door het Davidsfonds.
[ B.D. ]

Een jongen komt voor het eerst in een café, en drinkt wat pilsjes. Het valt
de kastelein op dat met elk
pilsje ook het viltje verdwenen is. "Wil je nog een pilsje", vraagt hij.
"Doe maar", zegt de jongen,
"maar zo'n koekje hoef ik er niet meer bij".
P.S. Kent u goeie biermoppen, stuur ze dan door met vermelding ‘biermoppen’
naar
frank.becuwe@mino.be.
Wij nemen ze graag in onze nieuwsbrief op.
[ F.B.]

Brouwen in een ambachtelijke brouwerij in het begin van
de 20ste eeuw, verteld door
wijlen Raymond Houvenagel.
Een aantal jaren hadden we het geluk de Izenbergse brouwer Raymond
Houvenaghel (†) te
interviewen. Hierna brengen we graag zijn relaas over hoe er in de eerste
decennia van de 20ste eeuw
gebrouwen werd in kleine ambachtelijke brouwerijen zoals de Izenbergse
mouterij-brouwerij
De Drie Ridders.

Fig. 07 – De voormalige mouterij-brouwerij De Drie Ridders in
Izenberge tijdens de Eerste Wereldoorlog.
Voorafgaande
verrichtingen
Voor wij de
werkzaamheden van het brouwen aanvingen diende men hiervan aangifte te doen
bij
de ontvanger der accijnzen en terzelfdertijd de accijnsrechten te betalen in
het kantoor te Lo. Dit werd
in brouwersmiddens declareren genoemd. Wanneer het kantoor te Lo werd
afgeschaft, kon dat voor
ons gebeuren in het douanekantoor te Leisele.
Op deze aangifte moest
het gewicht van de gestorte granen vermeld, het uur van aanvang (bij ons 4
uur)
en van het verzamelen der worten (15 uur).
Een geijkte bascule
stond ter beschikking der accijnsbedienden, alsook een apparaatje voor het
meten
van de densiteit van het wort. De brouwer was verplicht op het aangegeven
uur der verzameling der
worten deze meting met zijn eigen densimeter te doen en in te schrijven in
een speciaal register. Dit mocht
een zeker volume niet overschrijden en overeen stemmen met de controle die
de accijnsbedienden
regelmatig kwamen uitvoeren zonder voorafgaande verwittiging.
Het brouwen
De dag voor het brouwen
werden in de voormiddag de brouwketel en de waterketel gevuld met water uit
de brouwput, gepompt door twee knechten. In 1923 werd voor alle pompwerk een
naftemotor in gebruik
genomen. Toen beide ketels gevuld waren, werd vuur gestookt.
Na de middag werden de
biertonnen grondig schoongemaakt alsook de roerkuip en de losse bodem die in
de roerkuip werd gelegd. Deze werd afgedekt met twee halve houten deksels.
Het mout werd van de
moutzolder gehaald. De zakken werden op één van de halve deksels gelegd.
De dag van het brouwen
werd om 4 uur begonnen. Eerst werd een half deksel van op de roerkuip
weggenomen en het mout in de roerkuip gestort waarna het tweede deksel
verwijderd werd. Het mout
werd open gespreid en men kon beginnen.
Het warm water uit de
brouwketel werd langzaam in de roerkuip gelaten, terwijl twee knechten met
de
moutschoppen het mout voortdurend omkeerden en de derde knecht met de
roerspaan in het brouwsel
roerde. De brouwer, met de thermometer in de hand, zorgde dat het brouwsel
op de gepaste temperatuur
bleef. De ideale warmte was 68° celsius. Na de nodige
tijd (ongeveer 1 uur) werd de roerkuip toegedekt
met de houten deksels. Nu werd een koffiestop gehouden.
Het water dat nog in de
brouwketel was, werd overtapt in tonnen en werd gebruikt om de tonnen een
tweede kuisbeurt te geven door toevoeging van enkele lepeltjes ‘permogonate
de potasse’ dat aanzien
werd als een goed ontsmettingsmiddel.
Om zeven uur werd het
wort dat zich in de roerkuip bevond , afgetapt naar de onderput en
overgepompt
naar de brouwketel. Hiervan werd gebruik gemaakt om het wort, in de
volksmond ‘weise’ genoemd, te
proeven. De ‘weise’ had de naam een zeer goed purgeermiddel te zijn.
Wanneer het wort
volledig afgetapt was, werd de werking over de kupe herhaald om na een uur
rusten
naar de brouwketel te worden gepompt. Ondertussen werd gestookt om het
brouwsel gedurende een
paar uur fel te laten koken. Rond de middag werd de nodige hoeveelheid
hommel (hop) toegevoegd.
De koelbak had dan reeds
een grondige reiniging ondergaan alsook de drijfkelder en de ondermijnen.
De vaten en de ondermijnen werden op hun plaats in de drijfkelder geschikt.
Om 15 uur werd de door
de accijnzen voorgeschreven meting uitgevoerd. De inhoud van brouwketel,
roerkuip, onderput en koelbak in hectoliters en centiliters was op een zeer
zichtbare plaats aangebracht
bij verordening der accijnzen.
Om 18 uur werd het
brouwsel langs de onderput overgepompt naar de koelbak, waar het de ganse
nacht
bleef afkoelen. De volgende morgen werd, daar wij over geen geilbak
beschikten, de zettergist opgelost
in een weinig wort en verspreid over de koelbak als het brouwsel rond de 18°
celsius was.
Het werd dan langs de
darmen naar de drijfkelder in tonnen (140 liter), halve tonnen (70 liter) en
derdendelen
(ongeveer 45 liter) gedaan en kon de gisting beginnen. Door de gisting in
de tonnen werd met de gist een
deel van het bier langs het bomgat uitgestoten. Dit werd opgevangen in de
ondermijnen. Tegen valavond
werd het bier en de gist door de ‘peurplank’ (1) boven de ‘peurstande’(2)
van elkander gescheiden.
De gist
bleef in de ondermijnen en het bier uit de ‘peurstande’ werd teruggebracht
in de vaten. De eerste nacht
om 12 uur werd dit herhaald door de brouwer en de inslapende knecht. 's
Morgens zelfde bewerking
(peuren en opvullen genaamd) en daarna om de 12 uur tot de laatste gisting
ongeveer vier dagen na het
brouwen.
De tonnen werden
voorlopig dichtgemaakt.
Voor het uitleveren werd
aan het bier klaarsel (gemaakt van roggevellen)(3) toegevoegd om
de
moere
(een soort bezinksel) naar onder te doen zakken, en na het proeven een
weinig vloeibare suiker om de
gepaste smaak te bekomen. Vervolgens een licht bewaarmiddel en voor bruin
bier kleursel. De vaten
werden dichtgemaakt door de bommen omringd van bommepapier in het bomgat te
persen.
Zo bekwamen wij wat
Guido Gezelle in "Rijmsnoer" beschreef;
En perst men uit de
druive alhier
geen wijn voor valse
Goden
in Vlaanderen pinkelt
Vlaams bier
uit edel zaad gezoden.
Noten
(1) Geperforeerde gistplank.
(2) Gistvloot.
(3) Vislijm.
[ F.B.]

Begin januari deed het Mout- & Brouwhuis de Snoek in opvolging van de
zomertentoonstelling
en het boek over het verhaal van de dorst in de Groote Oorlog, nog een
mailing naar de provincie
West-Vlaanderen en de gemeenten die aan en achter het IJzerfront zijn
gelegen met de bedoeling
om met betrekking tot de herdenking in 2014-2018 van de Groote Oorlog in
Bachten de Kupe
(de noordelijke Westhoek) tot een concrete samenwerking te komen. De
visietekst, die het debat
en de samenwerking zou moeten kunnen op gang brengen, vindt u hieronder. Uw
commentaar op
deze visietekst mag u altijd mailen naar
het e-postadres:
frank.becuwe@mino.be).
|
De Groote Oorlog.
Pleidooi voor een contextuele herdenking
|
Inleiding
Met de uitgave
in de zomer 2009 van het boek Bier
aan het IJzerfront. Het verhaal
van de dorst in de Grote Oorlog (De Klaproos i.s.m. Mout- & Brouwhuis
de Snoek, 2009,
Brugge-Alveringem, 176 pp.) gaf het Mout- & Brouwhuis de Snoek een zeer
concrete voorzet om in
de op stapel staande herdenking van de Groote Oorlog ook voldoende aandacht
te besteden aan het
IJzerfront en zijn achterland. Door het succes van de projecten In Flanders
Fields, Memorial, Museum
Passchendaele 1917 en Talbot House, die alleen maar kunnen toegejuicht en
verder ondersteund worden,
is de kans immers niet ondenkbeeldig dat het erfgoedverhaal van de Belgische
oorlogssector in de
schaduw blijft staan van het veel beter onderzochte en ontsloten verhaal van
de Engelse sector.
Omdat de
herdenking 2014-2018 echter de opportuniteit biedt om het volledige
oorlogsverhaal te brengen,
wil het Mout- & Brouwhuis de Snoek met de voorliggende nota een visie
voorleggen omtrent de wijze
waarop het door de Waalse en Vlaamse frontsoldaten geschreven erfgoedverhaal
tijdens de herdenkingsjaren
2014-2018 zou kunnen ontsloten worden. De aanleiding waarom het
museum-van-de-dorst dit voorstel
formuleert, dient gezocht in de intrinsieke erfgoedwaarde van de voormalige
mouterij-brouwerij de Snoek.
Nergens in Vlaanderen behalve in het Alveringemse gehucht Fortem laat een
brouwerijsite nog toe om in
een onvervalste, authentieke materiële omgeving het immateriële verhaal van
de dorst in de Groote Oorlog
te brengen. Minstens teruggaand tot de 18de eeuw herbergt het
Mout- & Brouwhuis de Snoek nog een volledig
intacte 19de eeuwse mouterij- en brouwerijuitrusting, die
bovendien tijdens de Eerste Wereldoorlog op volle
toeren werd in gezet om op een dorstlavende wijze troost te bieden aan de
duizenden Waalse en Vlaamse
soldaten die gedurende vier jaar aan de IJzer en in het achterliggende
gebied verbleven. Het historisch team
achter het Mout- & Brouwhuis de Snoek is dan ook de mening toegedaan dat een
site zoals het Mout- &
Brouwhuis de Snoek, van onschatbaar belang is om de betekenis en impact van
de Eerste Wereldoorlog te
kunnen vatten. De waanzinnige gruwel van de Groote Oorlog laat zich pas
begrijpen wanneer de studie en
daarna de ontsluiting ervan zich niet beperken tot een militair-strategische
benadering maar alle, en niet in het
minst de sociale en economische aspecten van het gegeven ‘oorlog’ onder de
loupe nemen. Door recent de
focus te richten op het (zowel materiële als immateriële) verhaal van de
dorst in de Groote Oorlog heeft het
Mout- & Brouwhuis de Snoek één van die vele aspecten onder de aandacht
gebracht. Omdat de oorlog nog
veel andere dimensies heeft die nauwelijks of niet onderzocht zijn, is de
voorliggende nota eveneens een
pleidooi voor een voortraject van gericht onderzoek dat deze kennishiaten
invult. Een tweedelig
herdenkingsproject, bestaande uit een onderzoekstraject (met uitvoering vóór
2014) en een effectief
herdenkingstraject (geënt op het voortraject) (in de periode 2014-2018), zal
Vlaanderen in 2014-2018 in staat
stellen om aan de hand van een veel gediversifieerder en menselijk dan ook
veel concreter beeld van de
Eerste Wereldoorlog een des te overtuigender vredesboodschap uit te dragen.

De Groote Oorlog. Het herdenkingsproject 2014-2018
Het gewicht van de
oorlog. Onderzoek als voortraject
Net als alle
andere oorlogen laat ook de Groote Oorlog zich niet vertellen vanuit een
zuiver
geo-politieke en militair-strategische benadering. De oorlog heeft evenzeer
een zeer belangrijke
sociale en een dito economische dimensie die, hoe belangrijk ook voor de
naoorlogse situatie,
nog veel te weinig in kaart zijn gebracht. Door de stellingoorlog die vier
jaar duurde, leefden
honderdduizenden soldaten immers in veelal barre omstandigheden
teruggetrokken in het kleine
en onbezette gebied van de Westhoek. Lief en leed werd er in zowel goede als
minder goede
verstandhouding gedeeld met de plaatselijke bevolking en de duizenden
vluchtelingen uit het
bezette landsgedeelte die er eveneens, al dan niet nog altijd op weg naar
Frankrijk of Engeland,
een toevlucht hadden gezocht. Over dit ‘dagelijks leven’ werd tot op vandaag
nog maar in
beperkte mate gepubliceerd. Het zeer interessante, inleidende werk
Frontleven 14 / 18. Het
dagelijks leven van de Belgische soldaat aan de IJzer van R.
Christens en K. De Clerck uit 1987
bleef tot op vandaag een vrij geïsoleerd initiatief. Veel aspecten van het
‘dagelijks leven’ die in
dit boek in meer of mindere mate werden aangesneden, wachten nog op meer
diepgaand onderzoek.
Opdat de naoorlogse generaties de waanzin van de Groote Oorlog zo goed
mogelijk zou kunnen
vatten, is het nochtans nodig ‘het gewicht van de oorlog’ in al zijn
dimensies zo volledig mogelijk
in beeld te brengen. Zoals in de inleiding vermeld heeft het Mout- &
Brouwhuis de Snoek het
verhaal van de dorst in de Groote Oorlog al gedeeltelijk in kaart gebracht.

Een vervolg
voor wat het onbezette landsgedeelte betreft, dringt zich evenwel nog op.
Een ander
genotsmiddel, waaraan het de soldaten volgens de militaire overheid niet
mocht ontbreken, was tabak.
Dit verhaal is echter nog helemaal niet geregistreerd. De mate waarin het
Belgische leger zich eventueel
door de Amsterdamse cocaïnefabriek liet bevoorraden, is evenmin onderzocht.
Andere aspecten die
met betrekking tot de Westhoek eveneens ofwel in onvoldoende mate ofwel
helemaal nog niet zijn
onderzocht, betreffen bijvoorbeeld de vluchtelingenstromen, de huisvesting
van zowel de soldaten
(en officieren) als de vluchtelingen, de voedselschaarste die de soldaten,
de vluchtelingen en deels
ook de autochtone bevolking trof, de mate van verplichte leveringen aan en
hand- en spandiensten
voor het leger (met hun economische gevolgen, vooral voor de landbouw), het
gebrek aan hygiëne,
de ontoereikende medische voorzieningen, de prostitutie, de rol van de kerk
(die haar invloed door
acculturatie zag tanen), het ‘kind’ in de oorlog, de oorlogseconomie, enz…..
Om deze verhalen,
éénmaal geregistreerd, op een tastbare, zo authentiek mogelijke wijze te
kunnen ontsluiten is het
eveneens belangrijk om in het kader van deze deelonderzoeken ook telkens de
locaties te inventariseren
die deze verhalen in een nog vrij gave materiële context kunnen vertellen.
Oorlogsrelicten zijn meer
dan loopgrachten, bunkers, dug-outs, gemilitariseerde constructies, … maar
omvatten evenzeer
niet-militaire sites die door hun met de oorlog gelieerd immaterieel
erfgoedverhaal evenzeer het
‘gewicht van de oorlog’ illustreren.
‘14-‘18. Een serene
ontsluiting van een waanzinnig verhaal
Wars van een
verdere versterking van de ontsluitingsinitiatieven in de zuidelijke
Westhoek biedt –
zoals al aangestipt – de herdenking van de Groote Oorlog in 2014-2018 de
meest uitgelezen kans om
ook de noordelijke Westhoek zijn even uniek verhaal te laten brengen. De
oorlog werd er niet alleen
aan de frontlinie(s) nabij de IJzer maar evenzeer in het achterland, het
zogenaamde Bachten de Kupe,
gestreden. Bij een herdenking van de oorlog in deze Belgische sector is het
dan ook niet alleen wenselijk
maar ook logisch dat het gehele hinterland van de IJzer aan dit
cultuurtoeristische project deelachtig wordt.
Vanuit die benadering wordt hierna een voorstel geformuleerd van themata en
locaties (ankerpunten) die
hieraan een optimale invulling kunnen geven:
|
Onderwerp |
Ankerpunt |
|
Het
militair-strategische verhaal
+
Het
verhaal van de onderwaterzetting |
De Dodengang
(met bijhorende Duitse bunker) (Diksmuide)
in relatie met / met doorverwijzing naar ondermeer:
-
de nog bewaarde
fortificatie-relicten in het landschap.
-
de aan militaire
confrontaties gelinkte begraafplaatsen.
-
De in situ
opgerichte monumenten ter herinnering aan een gesneuveld familielid.
Het Albert I-monument
/ nieuwbouw (Nieuwpoort)
in relatie met / met doorverwijzing naar:
-
sporen in het landschap
(de Ganzepoot, de oude spoorwegbedding Nieuwpoort-Diksmuide, …)
|
|
Het
sociale én Vlaamse verhaal |
De IJzertoren
(Diksmuide)
in relatie met / met doorverwijzing naar:
-
de voute van het vml.
Verschavemuseum (Alveringem)
-
de geheime
vergaderplaatsen van de Frontbeweging (herbergen, particuliere
woningen, …)
-
begraafplaatsen en
kerkhoven met heldenhuldezerkjes
-
locaties die met
betrekking tot de Vlaamse Kwestie een zeer specifieke rol speelden,
zoals het hoofdschoolmeestershuis in Alveringem (druk Open Brief aan
Albert I) of de brouwerij Houvenaghel in Leisele (beslissing tot uitgave
Open Brief), ….
-
herdenkingsmonumenten
zoals van Joe English in Vinkem, …..
|
|
Het
verhaal van de dorst / het soelaas van de soldaat |
Het Mout-& Brouwhuis de Snoek
(Alveringem)
in relatie met / met doorverwijzing naar:
-
andere brouwerijsites
die tijdens de oorlog een belangrijke rol speelden)
-
nog bestaande
oorlogsherbergen
-
nog bestaande herbergen
‘réservé aux officiers’
-
gekende locaties van
soldatenkampementen.
|
|
Het
verhaal van de honger (met aandacht voor de rol van de visserij) |
Het Bakkerijmuseum
(Veurne)
& Het Nationaal Visserijmuseum
(Oostduinkerke)
in relatie met / met doorverwijzing naar:
-
molens die tijdens de
oorlog de nodige tarwe, rogge en gerst maalden
|
|
Het
verhaal van de huisvesting |
Het openluchtmuseum Bachten de Kupe
(Izenberge)
in relatie met / met doorverwijzing naar:
-
nog bewaarde relicten
van oorlogshuisvesting (w.o. gebouwen met graffiti van frontsoldaten)
-
nog bewaarde
(naoorlogse) noodwoningen.
|
|
Het medische verhaal |
Een [nog te bepalen locatie] (Lo-Reninge)
in relatie met / met doorverwijzing naar:
-
het Rusthuis Clep (vml.
militair hospitaal) (Hoogstade)
-
de kleine Océan in
Vinkem
-
de grote Océan in De
Panne
-
andere hulpposten en
veldhospitalen (Veurne, Ramskapelle, ….)
-
de militaire
begraafplaatsen
|
|
Het verhaal van de liefde (met o.m. de soldatenliefjes, de meisjes van
plezier, ‘erotische’ literatuur, …) |
Een [nog te bepalen locatie]
(De Panne)
(toelichting: De Panne was de ‘hoofdstad’ van onbezet België, en de
plaats die door de soldaten tijdens hun ‘repos’ druk werd bezocht,
tenzij ze op groot verlof naar Parijs konden).
|
|
Het
verhaal van het kind in de oorlog
(met
bijzondere aandacht voor de schoolkolonies in Frankrijk, Zwitserland, …) |
Het Koetshuis van het Kasteel Beauvoorde
(Wulveringem)
(toelichting: in Wulveringem-Vinkem werd immers door koningin
Elisabeth een oorlogsschooltje opgericht).
|
|
Het verhaal van ‘Kunst van de Ijzer’ |
De
(vml.) Sint-Audomaruskerk
(Vinkem)
(= heeft een decennialange traditie op het vlak van
kunsttentoonstellingen)
|
|
Het kunstpatrimonium gered? De ‘Commission Dhuique’
|
Het Stadhuis & Landhuis
(Veurne) |
Om al deze
verhalen aaneen te rijgen wordt voorgesteld om op één locatie een
overzichtstentoonstelling
op te zetten die al deze aspecten als smaakmaker eventjes aansnijdt en de
bezoekers van het Ijzerfront
en zijn achterland vervolgens doorverwijst naar de diverse ankerpunten.
Gezien de
bereidheid van de gemeente Koksijde en de daarvoor voorbehouden unieke
locatie van de
abdijhoeve Ten Bogaarde (met haar eveneens zeer specifiek oorlogsverhaal van
militair vliegveld) wordt
als uitvalsbasis voor deze streekexploratie dit uithof voorgesteld.
Worden de
opgelijste thema’s in de vermelde ankerpunten voornamelijk via (voor de
periode 2014-2018)
meer permanente tentoonstellingen ontsloten, dan lenen aspecten van het
culturele leven aan het front,
zoals het fronttoneel en de vele soldatenconcerten, of aspecten zoals
sportwedstrijden aan het front zich
veeleer om als evenement vertaald te worden. Om overlapping te vermijden en
diversiteit te garanderen
wordt voorgesteld om deze agenda te coördineren.
Slotbemerking
De
voorliggende nota is op de eerste plaats een pleidooi om in de herdenking
van de Groote Oorlog in
2014-2018 het verhaal van de Belgische sector op een gediversifieerde wijze
een volwaardige, aan het
Engelse sectorverhaal complementaire plaats te geven. Volledigheidshalve
willen we hierbij echter ook
pleiten voor een gelijkaardige benadering van het bezette landgedeelte.
Behalve onder een vergelijkbaar ‘
gewicht van de oorlog’ ging de bevolking er bovendien nog gebukt onder een
bij momenten ondraaglijk
gevoel van onderdrukking.
Mout- &
Brouwhuis de Snoek,
6 december
2009
Frank Becuwe,
voorzitter
[ F.B.]

Wees op uw hoede
voor de brouwerin, want ditmaal wil ze u dronken voeren met paling!
Dronken Paling
Ingrediënten (voor 4 personen):
1,200 kg paling gekuist en in moten versneden
1 flesje bruin bier
20 cl room
2 soeplepels boter
Zout & peper.
Bereidingswijze:
Paling in de bruine boter bakken (10 min) en bestrooien met peper en zout,
ondertussen 25 cl bier laten
inkoken tot ongeveer de helft en dan room toevoegen naar smaak , dit over
de paling gieten en samen
nog even laten doorwarmen (niet meer laten koken)
[ N.F.]
Colofon
De Brouwbulletin van het
Mout- & Brouwhuis de Snoek is
een digitale uitgave van de erfgoedvereniging
Westhoek-Monumenten vzw en de (feitelijke dochtervereniging) Vlaamse
confrérie Gilde van Sint-Arnold
(maatschappelijke zetel: Fortem 40, 8690 Alveringem).
Aan deze nieuwsbrief werkten mee: Frank Becuwe (FB), Bernard Duflou (B.D.),
Francis Duflou (F.D.), René Essel [R.E.],
Nicole Feys [N.F.] en Rik Vernack [R.V.].
V.U. Frank Becuwe, Clayhem Campagne, Wittepoortstraat 40, 8600 Keiem.
|